Leesnotitie: Slobodan Šnajder - De reparatie van de wereld

2023-08-28
4 min read

Ergens halverwege De reparatie van de wereld hebben Leon Mordechai en hoofdpersonage Kempf een discussie over God. Plaats van handeling: Polen. Tijd van handeling: midden in de Tweede Wereldoorlog. Leon Mordechai is een ondergedoken Jood; Kempf is gedeserteerd uit de Waffen-SS. Samen trekken ze dagenlang door de bossen, debatterend en elkaar als ‘collega’ aansprekend — niet de meest veilige bedoening gezien hun omstandigheden.

Anders dan de islam erkennen hun godsdiensten — zowel het geloof dat Kempf in naam belijdt als de religie waarvan Mordechai een praktiserend aanhanger is — vele wonderen. Het allergrootste wonder is ongetwijfeld dat ze allebei nog leven.

Aangekomen in een ogenschijnlijk verlaten dorpje vertelt Mordechai over Shevirat-ha-Kelim: de kabbalistische leer over de catastrofe waarbij het Vat van het Licht barstte en het licht zich verspreidde:

‘De vonken bleven in de afzonderlijke menselijke wezens bewaard,’ vervolgt collega Mordechai. ‘Als de eeuwen verstrijken en alle eeuwige lichtjes zich weer tot het Ene en Enige Licht verenigen, zal de wereld worden gered. Wij noemen dat Tikkun olam, het herstel van de schepping, of de reparatie van de wereld.’

Wat volgt is een schitterende scène waarin Mordechai en Kempf een bad nemen in het mikwe van het dorp, een joods ritueel badhuis. Het bassin is gevuld met regenwater, het is herfst, maar wonderlijk genoeg is het water helder en de avond ‘zwoel als een zomeravond’:

Ook de volle maan kijkt verwonderd toe. Twee naakte lichamen, badend in het zilver dat alles veredelt. Nu pas ziet Kempf hoe Mordechai er lichamelijk aan toe is, hoe deerniswekkend en mager hij eruitziet, vel over been. Maar Mordechai geeft zich vol genot, bijna met begeerte, over aan het regenwater dat in het bassis staat, en hij probeert de lichtdeeltjes te vangen die in zijn handen samenkomen. Tikkun olam!

De volgende morgen zijn de twee omsingeld door een roversbende. ‘Broek omlaag’; Kempf is niet besneden en mag wegvluchten, Mordechais schedel wordt ingeslagen met betonijzeren staven.

Mordechai valt in de beek die langs het mikwe loopt. Het water spoelt de bloedklonters en de op de kiezelstenen gespatte grijs-roze massa van zijn hersenen weg. In het stromende water en over de restanten uit de schedel van collega Mordechai speelt een straaltje zon: hij had gelijk. Het Vat van het Licht was in stukjes gebroken en de vonkjes die daaruit tevoorschijn kwamen, schitteren nu als lichtjes op de kiezelsteentjes en wachten totdat iemand (en niet niemand) verschijnt die ze weer met elkaar zal verenigen tot dat Ene, Enige, Eeuwige Licht.

De reparatie lijkt nog ver weg, deze roman lezende. Ja, vaak genoeg verschijnen er iemanden en niet niemanden die verlossing beloven. Een terugkerend motief is dat van de rattenvanger van Hamelen: de keizerlijke afgezante die Kempfs voorvader (‘stamvader’) uit Duitsland naar het pas veroverde Transsylvanië lokte om daar het land te bebouwen — een afkomst die voor Kempf nauwelijks betekenis heeft, totdat het maakt dat hij als ‘Volksduitser’ zich ‘gedwongen vrijwillig’ bij de Waffen-SS dient te voegen — Hitler, Stalin, Tito: allemaal rattenvangers die erin slagen de mensen achter hun fluitspel aan te laten lopen, maar de wereld wordt er niet bepaald door gered. Een ander motief is dat van Numeri 21, waarin Mozes opdracht krijgt van God om een koperen slang te maken: als iemand wordt gebeten door de slang van de geloofstwijfel, dient hij de koperen slang aan te zien om te worden gered.

De reparatie van de wereld is een fantastische roman. Šnajder spant een web van betekenis (met name door de genoemde motieven) om de Europese geschiedenis te vangen; hij verbindt de grote en kleinere lijnen van die geschiedenis met het leven van zijn personages. Het is een ideeënroman, oorlogsroman, historische roman en familieroman in één — ik besef dat ik de blurbs op het omslag herhaal, maar ze zijn wáár. De titel van de roman voelt zwaar, het auteursportret op het omslag ziet eruit alsof Slobodan Šnajder helemaal alleen het gewicht van de Europese twintigste eeuw op zijn schouders torst, en ja, inhoud en thematiek zijn ook loodzwaar. Toch weet Šnajder een verteltoon te raken waarin naast de zwaarte en het donker ook het licht een plaats heeft — de verteller doseert zijn ironie welhaast perfect. Het voorkomt dat het boek al te somber aanvoelt, iets wat me bij bijvoorbeeld W.G. Sebalds Austerlitz af en toe te veel werd.

Bij het lezen van dit boek schoot me de term Grote Europese Roman te binnen, naar analogie met de Great American Novel. Wat een lijstje zou dit zijn om te mogen samenstellen! Ik zou denken aan titels als Oorlog en vrede, De toverberg, Radetzkymars, en ga zo maar door. En ja, De reparatie van de wereld zou hiertussen niet misstaan.