Leesnotitie: Annie Ernaux - De jaren

2021-09-06
3 min read

In menig eindejaarslijstje vorig jaar prijkte De jaren, een boek van Annie Ernaux dat al in 2008 in Frankrijk verscheen maar pas in 2020 in Nederlandse vertaling, een jaar nadat de Engelse vertaling werd genomineerd voor de International Booker Prize. Blijkbaar was er een Angelsaksisch succes nodig om de Nederlandse markt op te warmen; opvallend aangezien juist veel van Ernaux’ boeken eerder in het Nederlands zijn uitgebracht.

Wat misschien heeft meegespeeld is dat het boek wel erg Frans is: niet in ‘geest’ of stijl, maar in de schier eindeloze verwijzingen naar Franse schrijvers, films, muziek, televisieprogramma’s, beroemdheden, politici etc. Hierdoor zal lang niet alles even herkenbaar zijn voor de Nederlandse lezer.

Na lezing vroeg ik mij enigszins af waardoor het boek nou zulke hoge ogen had gegooid. Ik kreeg vooraf de indruk dat Ernaux een eigen uniek genre had gecreëerd; zo heb ik De jaren gekarakteriseerd horen worden als een ‘autosociobiografie’, als een ‘geobjectiveerde autobiografie’ en, op de achterflap, als een ‘collectieve autobiografie van onze tijd’. Zo uniek vond ik het echter niet. Het samengaan van het persoonlijke en het sociale gebeurt vaker in romans, (auto-)biografieën, memoires of zelfs in sociologische studies: de beste sociologie slaagt erin verbanden te leggen tussen de sociale wereld en de geleefde ervaring van mensen - niet voor niets stelt Zygmunt Bauman in het boekje Wat is het nut van sociologie? literatuur en sociologie voor als broer en zus die op elkaar lijken en hetzelfde doel nastreven. Dat Ernaux in plaats van te spreken over ‘ik’, ‘me’ en ‘mijn’ gebruikmaakt van ‘ze’, ‘zich’ en ‘haar’, is een stylistische vondst die goed werkt - de scheidslijn tussen zichzelf en haar tijd-, generatie- en gendergenoten vervaagt daardoor - maar maakt dit werk nog niet tot een genre op zichzelf.

Dit neemt niet weg dat Ernaux bijzonder goed geslaagd is in haar opzet. Persoonlijke foto’s en video’s vormen de momentopnames van haar eigen leven die haar doen reflecteren op de bijbehorende levensfases, wat als van nature overloopt in bespiegelingen over de ontwikkelingen in de (vooral Franse) samenleving: de na-oorlogse jaren, de opkomst van de welvaartsstaat met zijn luxe-artikelen, de belofte en teleurstelling van mei ‘68, de opkomst van het neoliberalisme, de technologische vernieuwingen - De jaren geeft in iets meer dan tweehonderd bladzijden een prachtige schets van de maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen zeventig jaar, en verbindt de persoonlijke met de collectieve ervaring.

Toch is het meer persoonlijke slot van het boek het mooiste deel. Als bespiegeling ligt het voor de hand, maar Ernaux verwoordt schitterend de melancholie van het verstrijken, het verloren raken van de tijd. Te midden van de beschreven maatschappelijke omwentelingen, raakt het boek zo vooral aan de individuele, persoonlijke levensloop - die in zichzelf al iets universeels draagt. Hiermee schaart Ernaux zich in een rijke romantraditie.